28-jun-2006
TEAMverslag Maarn: hardlopen over de Utrechtse Heuvelrug
Zaterdagavond 24 juni hebben Alie, Ferry, Herco, Marc, Olivier, René, Wendy en Wouter (uw hollende reporter) zich lekker in het zweet gelopen tijdens de tweede Utrechtse Heuvelrugloop. Vanaf half zes druppelt iedereen binnen en hebben we ruim de tijd om nog even bij te praten op het dorpsplein van Maarn. De organisatie heeft zijn best gedaan om er een gezellige boel van te maken: veel oranje, een vrachtauto met daarop een DJ en een videoscherm en een omroeper die bijna anderhalfuur lang allerhande belangrijke en minder belangrijke feiten over het publiek uitstrooit.
Startschot?
De inschrijving is in het dorpshuis annex sporthal en theaterzaal en na wat inlopen staan we even voor zeven uur in de startblokken om er vandoor te snellen. Iedereen moet echter nog even geduld hebben: de opkomst is groter dan verwacht waardoor de last minute inschrijving wat meer tijd kost. Een kwartiertje later is het dan toch zover, ware het niet dat Murphy's law ook doorgedrongen is tot in Maarn: het startpistool weigert dienst! Daar gaat de glansrol voor de wethouder sportzaken. De omroeper neemt haar taak dan maar verbaal op zich en probeert iedereen weg te krijgen met de nu al legendarische worden "En dan gaan we NU starten". Niemand verroert een vin en staat met stomheid geslagen en aan de grond genageld door dit onverwachte "startschot". De omroeper staat echter niet met zijn mond vol tanden en herhaalt met nog wat meer aansporing in zijn stem en ondersteunt door een armzwaai zijn woorden. En jawel, langzaam zet de massa van 450 lopers en loopsters zich dan toch in beweging.
Stofhappen
Van onze groep lopen Ferry, Olivier, Wendy en Wouter de korte afstand en gaan Alie, Herco, Marc en René voor de halve marathon. Al rap verlaten we de bewoonde wereld en lopen we door de bossen. De bomen zorgen voor een mooie beschutting tegen de zon en dat is lekker bij een temperatuur van 24 graden. Het is een tijdje erg droog geweest, waardoor het parcour behoorlijk stoffig is. Zeker in het begin als de meute nog betrekkelijk dicht bijelkaar loopt is het dus stofhappen. Na een paar kilometer maakt het parcour een scherpe bocht naar rechts en lopen we de volgende kilometers over asfalt. Het voordeel is dat dit niet stoft, het nadeel dat de weg omhoog loopt.
Het vlees is zwak
Ondertussen is onze groep al helemaal uitelkaar gevallen en loopt iedereen lekker in zijn of haar eigen tempo. Zelf ben ik voor mijn doen behoorlijk hard van stapel gelopen: de eerste kilometers gaan in ongeveer 5:15 per stuk. Dat ga ik niet volhouden tot het eind, maar ik zie wel waar het schip strand. Ik geniet van het bos, maar voel mijn tempo langzaam zakken. De weg is weliswaar niet steil, maar wel lang. Bovendien komt Alie me voorbij zonder een zweetdruppel op haar gezicht. Mijn geest wil wel aanklampen, maar mijn vlees is zwak. Gelukkig komt aan elke helling een eind en na een korte afdaling lonkt der eerste verzorgingspost. Daar doen de vrijwilligers een dappere poging voldoende bekertjes aan te geven voor de dorstige lopers, maar ook zij hadden kennelijk niet op zoveel mensen gerekend. Ik neem er mijn gemak van en neem een paar minuten pauze om even rustig te drinken.
Ganzenpas
De drinkpost is iets over de helft van het parcour en inclusief pauze ben ik 32 minuten onderweg als ik er weer de sokken in zet. We verlaten na ongeveer zes kilometer de weg en slaan een zanderig bospad in, dat lekker omhoog gaat. Het lukt me om niet al te langzaam te gaan lopen, maar het kost wel kracht. Tijdens de afdaling zet ik er een tandje bij en kan aardig wat lopers passeren. Dat lukt verderop niet meer, het gaat in ganzenpas achter elkaar aan, omdat het pad smal is en niemand zin heeft om in het mulle zand ernaast te gaan lopen. Met een bocht naar links scheiden de 10km lopers zich af van de rest. Over asfalt gaat het richting de bewoonde wereld van Maarn. Het kost me moeite om niet toe te geven aan de drang om even te gaan wandelen.
Doel gehaald
Puffend als een stoomlocomotief loop ik de laatste kilometer door Maarn, aangemoedigd door de hele bevolking. Een laatste bocht naar links en daar komt de finish in zicht. Ik kijk op mijn horloge en zie het net verspringen naar 59 minuten. Met een forse sprint over de laatste 150 meter lukt het me om binnen het uur te lopen: 59 minuten en 35 seconden netto tijd. Ik heb mijn doel gehaald: een PR op de 10 kilometer en binnen het uur gelopen. Als beloning krijg ik een medaille omgehangen en een flesje drinken in de hand gedrukt. Moe maar voldaan val ik neer op een stoel en check mijn hartslagmeter. Mijn hart heeft met gemiddeld 178 slagen per minuut geklopt, dat is 93%. Tot mijn verrassing is mijn maximale hartslag maar liefst 194 slagen geweest aan het eind van de sprint naar de finish. Dat is vier slagen meer dan mijn maximum tot nu toe!?
Mooie tijden op weg naar de Elbrus
Olivier en Ferry zijn ondertussen allang binnen; zij hebben zo snel gelopen dat ze al naar huis zijn als de rest binnenkomt. Wendy zet een mooie 1:07:28 neer. De anderen hebben natuurlijk wat meer tijd nodig vor hun halve marathon. René komt als eerste over de finish in 1:45:59, gevolgd door Herco in 1:49:27. Marc komt in 2:07:58 binnen en wordt door zijn vrouw opgevangen. Dat is ook wel nodig, want hij kreeg na 8 kilometer last van een kuitblessure. Maar opgeven is er niet bij! Alie sluit de rij in 2:13:33, nog altijd zonder zweetdruppels! Na het afspoelen van het zweet storten we ons in het feestgedruis met op de achtergrond de beelden van Argentinié tegen Mexico. Als de verlenging begint vinden we het mooi geweest en breken we op. We zijn weer een stap dichter bij de top van de Elbrus gekomen!

print begin