3-jul-2006
Wat gebeurt er allemaal met je lichaam tijdens de TOPbeklimming
![]()
Zoals eerder al op deze website vermeldt (zie menu ‘Inspanning en Acclimatisatie’) heeft het menselijke lichaam nog al wat te lijden op grote hoogte. Wilco heeft de afgelopen weken steeds gebruik gemaakt van zijn Polar AXN 500 Outdoor Computer om te zien hoe hij er conditioneel voorstaat. Zo meet hij steeds bij aankomst en vertrek in een hoogtekamp zijn rusthartslag. Die moet, bij acclimatisatie, gedaald zijn gedurende de nacht. Indien dit niet het geval is wordt verder klimmen heel erg moeilijk.
Zoals Wilco in één van zijn clips vermelde (zie menu foto’s en video’s) heeft hij thuis op zeeniveau een rusthartslag van 45 slagen per minuut (hsm), de rustpols van een getraind atleet. In het algemeen kan gesteld worden; “hoe lager de rusthartslag, hoe beter de conditie”. De rusthartslag van een gemiddeld persoon ligt normaal tussen de 60-80 hsm.
Wat is die van jou?
In Basecamp op 4800 meter hoogte had Wilco al een rusthartslag van 60 en in kamp 1 (5800m) is dat al 80 en dat in rust! Kun je nagaan hoe dat hoger op de berg gaat!
Tijdens het klimmen houdt Wilco ook steeds zijn hartslag in de gaten, om te zien of hij wel in de goede ‘hartslagzone’ loopt. Deze hartslagzone is vergelijkbaar voor een duursporter die zijn prestatie lang moet kunnen volhouden, maar wel hoog genoeg moet zijn om goed te presteren. Constante controle is dus wenselijk.
Hieronder zie je de grafiek, die een gedeelte Wilco’s klim van vorige week richting kamp 1 weergeeft. Hierin is het blauwe gedeelte de stijgende hoogte (BP) en de grillige rode lijn Wilco’s hartslag. Vandaag zal het waarschijnlijk ongeveer hetzelfde beeld zijn.
Duidelijk is te zien hoe Wilco’s lichaam tijdens de rustfases in de klim weer wat herstelt van de inspanning. Het is natuurlijk een immense prestatie om dagenlang, uren achter elkaar met een gemiddelde hartslag van rond de 130 omhoog te klimmen.

Door op deze wijze constant en gecontroleerd te presteren is Wilco in staat dit dagenlang vol te houden. Dit is erg belangrijk, want door de hoogte kan hij bijna niet herstellen mede door het lage zuurstofniveau in de lucht en het feit dat hij bijna niet meer kan eten (zie acclimatisatie). Daarom is het voor Wilco belangrijk om zijn calorie verbruik in de gaten te houden. Dit doet hij ook middels de AXN 500.
Zoals te zien bij ‘Calory Rate’ (linksonder de grafiek in het rood) verbruikte Wilco tijdens deze tocht gemiddeld zo’n 178kcal per uur kort na een rustpauze, dit loopt op tot zo’n 350kcal per uur als hij rond de 130 hartslagen per minuut loopt (het grootste gedeelte van de dag). Dit houdt in dat hij qua energie dus langzaam leegloopt, aangezien hij dit niet bij kan eten. Daarom is beklimming ook zo’n uitputtingsslag. Later tijdens de expeditie zullen we hier nog eens op terugkomen.
Daarnaast heeft Wilco ook baat bij de Hoogtemeter en Barometer-functies van de AXN500. De hoogtemeter geeft Wilco steeds een goede indicatie hoe ver het nog zal zijn naar het volgende kamp of de top.

Volg de voortgang van de expeditie via satelietbeelden van GoogleEarth.
print begin