28-jul-2006
Verslag deel 5
Kamp 3.

Staat op een hoek van de gletsjer met zicht van bijna 2.5 km naar beneden op de Godwin-Austin gletsjer. Als je goed kijkt dan kun je als een speldenknopje ons basiskamp zien liggen. Boven ons ligt de uitloper van de schouder van de K2 met een enorme seraczone ervoor. Dat is de opgave voor morgen. Eerst ons kamp opbouwen en zien te herstellen. Het is al vrij laat. Nadat Ryan en Mick ook zijn gearriveerd, arriveren de twee laatste HAP’s. Akbar, een van de porters is een goede vent, we vragen hem te blijven zodat hij morgen nog met ons mee kan klimmen (tegen extra betaling) en hij stemt toe. De andere HAP is woest en rent bijna naar beneden. Waarom hij door moest klimmen terwijl de andere 2 HAP’s hun lasten 250 meter onder kamp 3 hadden gedropt ?
Waarom de HAP's alles uit hun handen lieten vallen.
Later in het Basiskamp komen we erachter wat de werkelijke reden was van de 2 HAP’s om hun lasten niet in kamp 3 te brengen maar 250 meter daaronder. Ze hadden die dag nog een ‘klusje’ aangenomen van de Frans-Canadese expeditieleider. Ze hadden dus dubbel werk te doen en dat wij ze al hadden ingehuurd, goed betaalde en bezig waren met onze toppoging interesseerde ze geen moer. Welkom in Pakistan in plaats van Nepal, waar de Sherpa’s zich aan hun woord houden en lasten sjouwen van 4x! het gewicht hier, zonder te klagen!

Het weer is inmiddels perfect, nauwelijks wind, nauwelijks bewolking en de route ziet er te doen uit. We zetten de 3 persoons tent op en de 2-pers lichtgewicht. We graven twee zo vlak mogelijke plateaus uit en zijn ondanks de enorme tegenslagen en tegenwerkingen trots op ons bereikte resultaat. We slapen redelijk op ruim 7400 meter en ik verheug me erop morgen kamp 4 te bereiken en op de schouder te klimmen en het laatste traject van de schouder naar de bottleneck en naar de top voor me te zien!
Van Kamp 3 naar Kamp 4.
De volgende morgen doen we het rustig aan. We smelten weer enorme hoeveelheden sneeuw, proberen een ontbijt te verwerken en vullen onze thermosflessen. We voelen de hoogte wel. Ik heb vannacht al moeten overgeven en Mick doet dat in de ochtend. Maar mijn ervaring is altijd zodra ik weer aan het klimmen ben voel ik me in mijn element en vergeet ik de hoogte.
Antoine klimt als eerste richting de schouder. Ik zie hem vertrekken en zie ook dat hij al na 10 meter weer over zijn pickel hangt. Die gozer is al aan het einde van zijn krachten maar is zo enorm hard dat hij maar blijft gaan. Gisteren kwam hij nog om medicijnen vragen i.v.m. maagproblemen en nu gewoon weer klimmen. 
Na een kwartier volg ik Antoine’s spoor en volgen ook Ryan, Gerard en Mick. Zij worden gevolgd door Akbar die zo hoog mogelijk zou mee klimmen en dan zijn last zou droppen om terug te keren. Wij hoopten uiteraard dat hij kamp 4 met ons zou bereiken. Zeker voor Ryan en Mick i.v.m. de zuurstofflessen. Ik had nog steeds een rol touw van 100 meter net als Gerard en onze rugzakken voelde niet echt lekker. In het basiskamp hadden we alles tot op 100 gr nauwkeurig afgewogen en keuzes gemaakt en nu in eens die lompe touwen, ijsboren en pickets! Maar een ding was voor ons duidelijk. Als we de bottleneck niet zouden kunnen beveiligen was het beklimmen zelfmoord!
We zouden het gezamenlijk aanpakken was de afspraak. Maar waar waren de Italianen? Waar waren de Russen? Waar waren de Pakistanen? Alleen Antoine was er!
We stonden er verdomd alleen voor. Zelfs onze eigen HAP’s hadden ons laten zitten!
We klommen kop over kop voorop om het elke keer van elkaar over te nemen, als een treintje. Behalve dan Mick en Akbar want die konden niet sporen, die waren stukken langzamer. De bewolking was enigszins komen opzetten en af en toe hadden we geen zicht. Er was ook wind en duidelijk was dat zeker Gerard het niet vertrouwde. Mick was langzaam en de vraag rees bij Ryan of we hem niet voor de keus moesten stellen. Ik was van mening dat iedere klimmer zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen acties. Je moet zelf de keuze maken of je omkeert en wanneer. Ik ben er geen voorstander van om bij elke tegenslag of tempo wisseling te wachten op elkaar en nieuwe keuzes of overleg mogelijk te maken. Eenvoudigweg omdat dit te veel tijd kost. De trein moet blijven lopen. Dat was niet het geval. Eerst wachten we op Akbar, die bleek uiteindelijk om te keren, toen moesten we volgens Ryan en Gerard wachten op Mick. Die wilde bij blijven, alleen wel op zijn tempo.

Daarna begon Gerard dat hij het onverantwoord vond om de schouder te beklimmen zonder de route duidelijk te markeren omdat hij niet zeker wist dat we op de terugweg genoeg zicht zouden hebben. Hij weet van zijn landgenoot de Ier Banjo dat die vorig jaar 2 dagen verdwaald heeft vastgezeten in een storm tussen kamp 3 en kamp 4. Het is een grote gletsjer en als je terug moet en je hebt geen zicht en geen markeringspunten, donder je inderdaad zo maar 2.5 km de diepte in of aan de verkeerde kant van de berg. Maar ik was overtuigd van mijn weerbericht en de mist en bewolking die je zag waren slechts sluiers en het zou niet verergeren maar juist verdwijnen. Gerard bleef zijn vraagtekens houden en dus stelde ik hem voor het feit dat hij zijn keuzes moest maken. Vertrouwen kon ik hem niet geven en dus als hij het niet vertrouwde moest hij zijn conclusies trekken. Ik wilde door en vertelde Ryan nogmaals dat we voort moesten maken. De route van kamp 3 naar kamp 4 is een lange zeker als er geen spoor ligt en geen touwen ter beveiliging.
Na veel kostbare tijd verloren te hebben stonden we weer op een lijn en begon de trein te lopen. Het volgende probleem wat zich voor deed was de route. Voor ons lag de enorme serac zone waar we of overheen moesten of erdoor heen. Eerst leek het aantrekkelijk om er overheen te klimmen. Het was een schuin naar links lopende helling van zo’n 40 graden. Een enorme ‘geschikte’ helling voor ene lawine. De sneeuw lag er ook goed gevuld op en we vertrouwde het eigenlijk voor geen meter. Maar er doorheen betekende onder enorme ijstorens langs met enorme gletsjerspleten. Een ander optie was er niet. We kozen uiteindelijk toch om door de seracs te klimmen en dan maar hopen dat we er snel door heen konden. Maar niets van dat alles. Op afstand leek het nog te doen maar toen we er eenmaal inzaten bleek er een enorme sneeuw hoeveelheid te liggen. Tot heupdiepe sneeuw. We ploeterden om beurten 5 tot 10 meter. Tot nog toe werd de kop spontaan overgenomen door Gerard, Ryan, Antoine en mijzelf. Maar nu niet meer we waren langzaam aan het doodgaan. Tegen beter weten in gingen we door. Totdat er werd gevraagd: Wilco wil jij weer? Ik kon eigenlijk niet maar deed het toch. Tot het moment dat ik over een spleet moest klimmen. De sneeuw was metershoog en diep. Alles was sneeuw, nergens kon ik vast en of hard ijs ontdekken. Ik bleef maar graven. Totdat ik echt dacht, dit kan toch de route niet zijn. Ik keek naar achteren en niemand gaf eigenlijk een goede en/of afkeurende reactie. Ik wierp het idee op om wat verder op de kant van de gletsjer ons voorlopig kamp 4 op te bouwen op ruim 7700 meter. Maar na enige tijd wilde we het voor de laatste keer proberen om alsnog de schouder op te komen.
Antoine ging voorop met twee ijsbijlen harkten hij zich met veel lef over de gletsjerspleet waarvan ik de randen niet had weten te ontdekken. Maar Antoine was nog niet over de spleet of hij ontdekte de volgende enorme spleet onder de sneeuw. Toen was het ook voor hem gedaan. We besloten terug te gaan naar de ‘gevaarlijke lawine’ helling, daar een depot te maken met onze tenten, touwen, ijsboren en pickets en terug te keren naar kamp 3.
Morgen zouden we vol goede moed en hopelijk nieuwe energie terugkeren en de route naar kamp 4 afmaken. We waren afgemat, zeer veel tijd verloren met ‘praten’, te veel tijd verloren met het zoeken naar de route en uiteindelijk te veel twijfels.
Slechte nacht
We keerden terug en probeerden ons zelf weer moed in te praten. Het werd een slechte nacht. Vooral Gerard kreeg het zwaar. Die avond arriveerde de Ier Banjo. Hij kwam een tijdje in onze tent wat in het begin erg leuk was. Maar het probleem met Banjo is dat hij wel heel erg veel praat en in elke zin wel drie keer luidruchtig fuck, fuck, fuck riep. Op zeeniveau geen enkel probleem maar op bijna 7500 meter rust je hiermee niet echt uit.

We kwamen de nacht gebroken door maar voelden aan elkaar dat we onze energie gisteren en vannacht verloren hadden. De negatieve spiraal om het voor gezien te houden begon met Antoine. Hij besloot als eerste af te dalen hij voelde zich ziek. Ook Mick had besloten, de vorige avond al, om niet meer mee omhoog te gaan. Mijn hoop was gevestigd op Gerard en Ryan. Maar Gerard had een ECHT beroerde nacht gehad en zag er ook niet uit. Ik hoefde hem niet te vragen wat te doen. Ryan was eigenlijk van zichzelf geschrokken hoe weinig energie hij gisteren nog had. Hij wist dat hij aan het einde van zijn krachten was na het beklimmen van bijna 3x 8000! Daarom had hij ook op deze 8000 gekozen voor extra zuurstof maar voldoende zuurstof was er pas vanaf 8000 meter en dan moest hij nog eerst die twee flessen daar zien te krijgen, net als Mick.
Er waren twee opties. Wachten op versterking van de Italianen (die nu wel naar boven kwamen) en of de Russen. Maar van Banjo wisten we dat de Russen (na 2 maanden) kamp 4 alleen kwamen opzetten en dan weer terug naar beneden zouden gaan omdat ze nog niet voldoende geacclimatiseerd waren.
De andere optie was afdalen, zo snel mogelijk zien te herstellen en weer opnieuw de gevaren zone door te klimmen en omhoog te komen voor een nieuwe ‘gezamenlijke’ poging.
We hadden niet lang nodig om te besluiten dat afdalen de beste optie was. In deze labiele toestand nog langer op 7500 meter een nacht te moeten door brengen kost 2 maal zoveel van je krachten.
aanverwante berichten:

Volg de voortgang van de expeditie via satelietbeelden van GoogleEarth.
print begin