28-jul-2006
Verslag eerste toppoging K2 2006 deel 1
Doel expeditie K2 2006.
In een keer in ideale omstandigheden door klimmen naar de top van de 8611m hoge K2.
Ideale omstandigheden houdt in dat het weer goed moet zijn. Dat houdt in dat er gedurende minimaal 5 dagen maximaal 5Bft. wind staat en bij voorkeur helder en droog weer. Verder houden ideale omstandigheden in dat de route op de berg geprepareerd/ beveiligd is. De kampen zijn opgebouwd en er is voldoende uitrusting zoals kleding/ gas en eten op de berg aanwezig. Dit laatste wordt ook wel logistiek genoemd.
Inmiddels weten we dat het geen ideale omstandigheden waren. Voornamelijk op het logistieke vlak is de expeditie tekort geschoten. Hier mijn verslag.
Van BaseCamp K2 naar Advanced BaseCamp K2
Woensdag 19 juli vertrekken we aan het eind van de middag omstreeks 16.00u richting ABC.
Het weer laat te wensen over. Er is al dagen erg veel bewolking en vlak voor vertrek begint het nog te sneeuwen ook. Maar ik ben overtuigd van onze weersvoorspelling en dus vertrekken we zoals gepland. Voor ons uit zijn de 6 HAP’s. Die zullen een dag voor ons uit klimmen om de kampen veilig te stellen en voor de deelnemers die met zuurstof klimmen, de nodige zuurstof flessen omhoog brengen. Dus als wij naar kamp 1 klimmen, klimmen zij naar kamp 2. De volgende dag klimmen wij naar kamp 2 en zij naar kamp 3. Hopelijk zijn er van de 6 HAP’s minimaal 2 zo sterk en ambitieus dat ze mee willen klimmen naar kamp 4 en wellicht naar de top! Dat zou het ideale scenario zijn. Zo niet dan, dan dalen zij af en nemen wij (Gerard, Mick, Ryan en ik) 2 lichtgewicht tentjes mee, 300 meter touw, voldoende gas, pickels, ijsboren en 4 zuurstof-flessen voor Ryan en Mick. We zullen de route naar kamp 4 zelf moeten sporen en opzetten, waarna we na een korte nacht/ bivak de toppoging zullen gaan ondernemen.
Wat hebben ze in vredesnaam gedaan?
Het krankzinnige is dat het hele seizoen (vanaf eind mei) nog niemand een stap heeft gezet richting kamp 4. En dat terwijl het, als je het mij vraagt, een ongelofelijk mooi en goed seizoen is geweest qua weer. Bijna de hele maand juni is schitterend geweest. Maar door geen van de expedities (Russen/ Italianen/ Frans-Canadese/ Japanners/ Pakistanen) is kamp 4 bereikt. Mijn inziens had de top zelfs al bereikt moeten zijn! Het seizoen is nog niet ten einde maar een ding weet ik wel, als ik als expeditieleider geen enkel expeditielid op de top had gekregen zou ik me diep schamen. Wat hebben ze in Godsnaam gedaan terwijl wij al die tijd op de Broad Peak aan het acclimatiseren waren en zelfs de top beklommen? We zijn hier ‘slechts’ twee weken en klimmen nu al voor al die expedities uit. Als ik het met Ryan overleg komt hij maar met een conclusie: “they are all waiting, like real pussy’s. “
We hebben geprobeerd ‘samen’ te werken. We hebben een speciale vergadering gehouden in onze messtent. Onze data + toppoging+ strategie kenbaar gemaakt. Iedereen was het met ons eens, we zouden gezien onze verschillende klimstrategie en klimsnelheden zorgen dat we in ieder geval op 22 juli in kamp 3 zouden zijn om vervolgens de ‘gezamenlijke’ materialen zoals een paar honderd meter touw, ijsboren, pickets, vlaggetjes (om de route terug te vinden bij mist) etc te verdelen en gezamenlijk spoor te maken door de diepe sneeuw naar kamp 4 en uiteindelijk naar de top!
Over de gletsjer en door de ijsvallei.
Als we vertrekken vanuit het basiskamp wenst iedereen, inclusief al het keukenpersoneel ons veel succes! Iedereen maakt zoveel laatste foto’s als het kan. Het voelt goed! We zijn vol zelfvertrouwen en het plan zoals bedacht moet werken. De meeste lopen nog een eind met ons mee de morenen af, voordat we de enorme ruige Godwin-Austin gletsjer op gaan en geleidelijk de hoogte in klimmen. Eerst een zeer onschuldige gletsjer maar even later worden de spleten steeds groter, dieper en begint het water over de gletsjer zich tot rivieren te kanaliseren. Als de gletsjer op grotere hoogte begint te vervallen worden de ijstorens/ seracs ook steeds heftiger. Binnen de korste keren weet je niet meer waar je bent op de gletsjer.
De Japanners hebben geprobeerd een route aan te geven met vlaggetjes maar de gletsjer stroomt zo hard en smelt met die snelheid dat de vlaggetjes geen dag overeind blijven staan. Gelukkig is Ryan hier al twee keer doorheen gelopen en volgt hij niet de route van de Japanners maar een route langs een grote, wild stromende rivier over het midden van de gletsjer. We moeten goed bij elkaar blijven want voor je het weet verdwijn je alleen in een zwart gat of zie je de andere achter een andere ijstoren verdwijnen om vervolgens niet meer te weten hoe hij gegaan is. Ik snap nu wel waarom we ‘relaxed’ in de middag vertrekken i.p.v. in de vroege ochtend. Het traject naar ABC op slechts 5400m duurt zo’n twee uur maar daarna volgt de zeer steenslaggevaarlijke helling van 45/ 50 graden naar kamp 1 op 6150m. Die helling moet je wel zeer vroeg in de ochtend nemen en niet om 10.00u als de zon er al in staat. We bereiken na gezamenlijk zoeken de uitweg uit de ijsvallei en bereiken vaste grond, de morenenrug onder aan de hellingen van de Abruzzi ridge. Daar stonden al twee 2-persoonstenten waar we zo konden induiken.
Mixed Emotions.
Als ik zo terugkijk over de ijsvallei moet ik terug denken aan mijn drama in 1995. Toen liep ik hier met een functionerend oog (geen dieptewaarneming) mijn linkerarm dicht gebonden onder mijn jas (gebroken) en met een zwalkend lichaam (1.5 liter bloed verloren en onder de morfine). Toen leek er aan die ijsvallei geen einde te komen. Uiteindelijk verloor ik toen weer het bewustzijn en konden mijn expeditiegenoten me in een slee over de gletsjer trekken naar het BC van de K2.
In de tent in het ABC lig ik naast Gerard en vertel hem dat ik ‘mixed’ feelings heb bij het beklimmen van de helling naar kamp 1 en ik blij zal zijn als we in kamp 2 zitten omdat dan het meest steenslaggevaarlijke stuk achter de rug is. Hij begrijpt mij volkomen.aanverwante berichten:

Volg de voortgang van de expeditie via satelietbeelden van GoogleEarth.
print begin